Architectuur Michelangelo
Michelangelo was een veelzijdig genie die zowel bijzonder invloedrijke architectuur, schilderkunst als beeldhouwkunst naliet. Organische eigenschappen van het lichaam inspireerden zowel zijn beeldende kunst als zijn bouwkundige ontwerpen. Michelangelo besteedde ook veel zorg aan de compositorische aspecten van architectuur. Zijn gebouwen liepen vooruit op de barok door hun rijke licht en schaduw effecten en hun dynamische organisatie.
Leo X (1513-1521), een Medici-paus, gaf Michelangelo als eerste een puur architectonische opdracht (1516). Het betrof een niet gerealiseerd ontwerp voor de gevel van de San Lorenzo te Florence. Michelangelo werd wel in de gelegenheid gesteld om aan deze kerk de Medici-kapel toe te voegen. In dit slechts gedeeltelijk uitgevoerde project wist hij architectuur en sculptuur te verenigen in een grandioos geheel. Onder Clemens VII (1523-1534), eveneens een Medici-paus, kon Michelangelo verder werken aan de grafkapel. Tijdens zijn pontificaat begon Michelangelo met de bouw van de aan de S. Lorenzo grenzende Bibliotheca Medicea Laurenziana. Daarin werd de collectie boeken en manuscripten van de Medici ondergebracht.

Het plein op de Capitolijnse heuvel
Zowel het ontwerp van de bibliotheek als de familiekapel was revolutionair. In een tijd waarin volgens zeer strikte normen het klassieke ideaal nagestreefd werd, hanteerde Michelangelo architectonische elementen op een bijzonder vrijzinnige wijze. Hij had zuilen ontworpen die niet tot een herkenbare orde behoren, pilasters zonder kapitelen, en pilasters en vensters die taps toelopen. Eveneens had hij zuilen in de wand opgenomen. De marmeren bekleding vatte hij gedeeltelijk op als illusionistische architectuur. Bouwkundige elementen oefenden dus niet per definitie een structurele functie uit. Door de structuur van het gebouw te onderscheiden van de aankleding creëerde hij meer vrijheid op het gebied van de vormgeving. In zijn latere gebouwen hield hij vast aan de op deze wijze gecreëerde vrijheid. Andere karakteristieke eigenschappen van zijn bouwkunst betreffen de sculpturale behandeling van bouwdelen (rijke schaduwwerking), de uitwerking tot in het detail en het verheven karakter.
De laatste dertig jaren van zijn leven wijdde Michelangelo zich hoofdzakelijk aan de architectuur. Twee bijzonder prestigieuze projecten werden door hem ter handen genomen; namelijk het plein op de Capitolijnse heuvel (vanaf circa 1538) en de Sint-Pieter. Beide bouwwerken hebben eeuwenlang architecten geïnspireerd. De leiding over de nieuwbouw van de Sint-Pieter kreeg Michelangelo in 1547. Geen enkele andere architect heeft zoveel invloed uitgeoefend op de vormgeving van de moederkerk van de katholieken.
Architecten Renaissance |
|
|
|
|
|
|
Architectuur Renaissance |
|
|
|
|