Joseph Maria Olbrich
(1867 Troppau-1908 Düsseldorf)
In de beginperiode van de architectonische carrière van Joseph Maria Olbrich speelt Otto Wagner een grote rol. Olbrich heeft lessen bij hem gevolgd aan de kunstacademie van Wenen. Otto Wagner erkent zijn talent en neemt hem aan als medewerker van zijn architectenbureau. Net als zijn leraar is Olbrich een belangrijke representant van de Jugendstil. Beiden manifesteren zich zowel als architect als ontwerper van kunstnijverheidsproducten. Het totaalkunstwerk is hun uitgangspunt. In tegenstelling tot Wagner streeft Olbrich echter geen functionaliteit na.
De reputatie van Olbrich is gevestigd met het Sezessiongebouw in Wenen (1897-1898), een symbool van de nieuwe bouwkunst. De Oostenrijkse architect is overigens één van de medeoprichters van de Wiener Sezession. Een jaar na de voltooiing van het verenigingsgebouw is Olbrich door groothertog Ernst Ludwig von Hessen uitgenodigd naar Darmstadt. Samen met Peter Behrens heeft hij daar de kunstenaarskolonie op de Mathildenhöhe gesticht. Olbrich is in 1899 aangesteld als docent en bouwmeester van deze kunstenaarskolonie. Hij heeft daar een totaalplan voor de Mathildenhöhe ontworpen (1900), het Ernst Ludwig-huis (1899-1901) en de Hochzeitsturm (1905-1908).
In 1907 is Olbrich betrokken bij de oprichting van de Deutsche Werkbund in München. In het zelfde jaar zijn de werkzaamheden voor het in 1909 voltooide warenhuis Tietz (tegenwoordig het Kaufhof genaamd) begonnen. Zijn werk loopt vooruit op de expressionistische bouwkunst. Zijn ontwerpen en ideeën, verspreidt via diverse door hem zelf gepubliceerde boeken, hebben onder meer Erich Mendelsohn beïnvloed.
Secession-gebouw
Het Secession-gebouw is in 1898 ontworpen en gebouwd als expositieruimte voor de Weense Sezession. Het ontwerp is van Josef Olbrich, een van de leden van deze vooruitstrevende kunstenaarsvereniging. De door de gemeente toegewezen locatie aan de huidige Zweierlinie zal door de conservatieve Akademie der Bildenden Künste en het Künstlerhaus als provocerend ervaren zijn. Het verenigingsgebouw van de avant-garde kunstenaars, architecten en ontwerpers bevond zich daar tussenin, terwijl het zich ertegen af zette. De opening van de eerste expositie op 12 november 1898 is verricht door keizer Franz.
In zijn tijd beschouwd is de vormgeving van het Secession-gebouw zeer strak. De naar binnen geplaatste ingang is sterk benadrukt. Boven het portaal prijkt het motto van de Secession in gouden letters; ‘Der Zeit ihre Kunst, der Kunst ihre Freiheit’ (de tijd haar kunst, de kunst haar vrijheid). Links van de ingang is het motto onderstreept door de tekst ‘Ver Sacrum’ (gewijde lente), een verwijzing naar de frisse wind van vernieuwing en de mogelijkheid van de kunst om zichzelf te vernieuwen. Een opvallend aspect vormt de koepel van vergulde smeedijzeren laurierbladen achter de hoofdingang. Net als de kruisvormige expositieruimte bewerkstelligd dit een sacraal effect. Het idee om de tentoonstellingsruimte van mystieke facetten te voorzien is geïnspireerd door een tekening van Gustave Klimt, de kunsttempel genaamd.
Het interieur van het Secession-gebouw is bijzonder praktisch. Ten behoeve van de exposities zijn diverse muren flexibel. Het betreft één van de eerste interieurs die zodanig is vorm gegeven dat de ruimte aan exposities kan worden aangepast. Het licht valt de expositieruimte binnen via vier dakramen en vensters in de noordelijke zijgevel. De vorm van het Secession-gebouw is minimaal gewijzigd in de loop van de jaren. Beslissende momenten vormden de herbouw na de brand van 1945, een restauratie in 1964 en enkele aanpassingen tussen 1982 en 1986.
Klimt; Beethovenfries
Het beroemde Beethoven-fries van Klimt bevindt zich in een ruimte in het souterrain. Deze wandschilderingen zijn vervaardigd voor een tentoonstelling over Beethoven in 1902. Het is geïnspireerd door zijn Negende Symfonie. De naaktfiguren hebben voor beroering gezorgd. Naast de architectuur is de Beethovenfries een goede aanleiding het gebouw te bezoeken tijdens een bezoek aan Wenen. Het gebouw functioneert overigens nog altijd als expositieruimte.
|